Een derde zorginstellingen lijdt verlies

Zorginstanties hebben het moeilijk. Uit onderzoek van het CBS blijkt dat over het jaar 2016 bijna een derde van de zorginstellingen verlies leed. Reden hiervoor is dat de personeelskosten sneller stijgen dan de inkomsten van de zorginstellingen.

Verliesgevende zorginstanties

Het aantal verliesgevende zorginstanties bedraagt 30 procent, tegenover 24 procent een jaar eerder. Organisaties die het meest verlies lijden zijn verpleeg- en verzorgingshuizen. Ook thuiszorginstanties hebben het moeilijk. Van deze groep was 40 procent verliesgevend, samen bedroeg het verlies 65 miljoen. Toch lijkt de financiële toekomst voor de verpleeghuizen iets rooskleuriger. De verpleeghuiszorg krijgt er de komende jaren van het kabinet namelijk geld bij. Dit jaar alleen al een bedrag van 435 miljoen euro. Dat geld zal onder andere worden ingezet voor meer personeel.

Ziekenhuizen en gehandicaptenzorg doen het beter

Ziekenhuizen en gehandicaptenzorg doen het aanzienlijk beter. Het aantal verliesgevende ziekenhuizen daalde in 2016 zelfs van 15 naar 10 procent. In de gehandicaptenzorg wordt in ruim tachtig procent van de instanties zelfs winstgemaakt. Dat het niet alle zorginstellingen zo voor de wind gaat heeft te maken met de loonsverhoging in de nieuwe cao. Daarnaast is de onregelmatigheidstoeslag sinds 2016 ook geldig over de verlofuren van het personeel. De regeling is bovendien met terugwerkende kracht ingevoerd vanaf 2012. Instellingen moesten hierdoor over vier jaar extra toeslag terugbetalen aan hun personeel.

Tarieven zorgondersteuning GTSzorg

“Dat hakt erin”, aldus Edwin Exoo, directeur van GTSzorg. “Daarom zijn wij zo transparant mogelijk wanneer zorginstellingen via ons personeel inhuren. Zo hanteren wij altijd dezelfde tarieven, of het nu gaat om één dienst of een contract voor een half jaar. Bovendien hoeven zorgorganisaties bij ons geen verplicht aantal uren af te nemen en kunnen zij kosteloos annuleren. Op die manier proberen we snel en zonder al te veel administratieve rompslomp zorgondersteuning aan te bieden.”