11 tips voor verpleegkundigen om de nachtdienst door te komen

Nachtdiensten zijn onvermijdelijk verbonden met de zorg. Er liggen plannen om de leeftijdsgrens voor de nachtdienst te verhogen. Waar verpleegkundigen eerst tot een leeftijd van 57 jaar verplicht waren ook nachtdiensten te draaien, wordt de leeftijdsgrens nu mogelijk 60 jaar. De Nederlandse Federatie van Universitair medische centra (NFU) deed hiertoe een voorstel in de onderhandelingen over de nieuwe cao UMC. De bedoeling is op deze manier een betere leeftijdsbalans te krijgen, zodat niet alleen jonge werknemers nachtdiensten draaien. Het personeelstekort zou geen reden zijn, ondanks dat dit iets is waar veel zorginstellingen mee kampen.

Nachtdienst? Deze tips helpen je erdoorheen

De een heeft er niet zoveel moeite mee om nachtdiensten te draaien, zelfs niet op oudere leeftijd. Voor de ander is het lastiger. Daarom heeft GTSzorg 11 tips voor verpleegkundigen om de nachtdienst zo goed mogelijk door te komen:

1. Houd ritme in de nachtdienst

Tijdens de nachtdienst lijkt het ritme zoek. Maar ook al draai je het dag-nachtritme om, het is toch belangrijk om enige regelmaat te houden. Ga daarom steeds dezelfde tijd naar bed en sta ook op hetzelfde moment op.

2. Pas je dagelijkse ritme aan

Probeer al voor je nachtdienst begint ‘s avonds wat langer wakker te blijven en als het even kan ‘s ochtends iets langer te slapen. Zo verandert je ritme en raakt het al aangepast op de nachtdienst.

3. Blijf regelmatig eten, ook ‘s nachts

De kans bestaat dat je onregelmatig eet, maaltijden overslaat of juist de hele nacht blijft eten om de slaap tegen te gaan. Breng structuur aan in je nachtelijke eetpatroon. Begin met een maaltijd voor je dienst. Neem daarna een maaltijd rond 3.00 uur ‘s nachts en eet tot slot nog wat aan het einde van je dienst. Door regelmaat voorkom je dat je de hele nacht een hongergevoel hebt en blijf je scherper.

4. Slaap overdag genoeg

Slapen overdag is niet altijd makkelijk maar wel heel belangrijk. Verduisterende gordijnen zijn onmisbaar. Een rustige en donkere slaapplek bevordert je slaap, neem eventueel oordoppen mee. Zo kun je toch zo veel mogelijk uren maken, het liefst minimaal zes uur.

5. Rust uit vlak voor je dienst

Een hazenslaapje voor je dienst begint kan prettig zijn, zo kun je uitgerust beginnen.

6. Kies voor gezonde voeding

Behalve regelmaat, is het ook belangrijk om te kiezen voor de juiste voedingsmiddelen. Producten met veel eiwitten zoals ei, vis, vlees of peulvruchten helpen om wakker te blijven. Koolhydraten geven je energie, en zitten bijvoorbeeld in bruin brood, pasta en rijst.

7. Eet kleine porties

Een te uitgebreide maaltijd is in de nacht niet aan te raden, daardoor gaat alle energie naar het verteren van het eten en loop je risico op een after-dinner-dip.

8. Beperk het aantal koppen koffie

De verleiding is groot om ieder uur een keer naar de koffieautomaat te lopen. Toch is het beter om hier halverwege je nachtdienst mee te stoppen. De laatste uurtjes heb je de cafeïne misschien hard nodig, maar juist als je ‘s ochtends probeert te slapen, zorgt cafeïne ervoor dat je moeilijk in slaap valt.

9. Niet te veel suiker

Vermijd zoete snacks. Direct na het eten krijg je een energiepiek maar omdat je lichaam de suikerhoeveelheid weer in balans wil brengen daalt je bloedsuikerspiegel daarna snel en dit maakt je juist slaperig.

10. Doe de lampen aan

Een goede werkplek helpt. Is het schemerig dan beginnen je hersenen met de aanmaak van melatonine, een hormoon wat nodig is om te slapen. Onder invloed van licht wordt dat minder, doe daarom als het kan de lampen aan tijdens je werk.

11. Praat met cliënten en overleg met collega’s

Het is misschien verleidelijk om even te gaan zitten. Maar juist door aan het werk te blijven geef je de vermoeidheid minder kans. Ook praten helpt. Overleg met collega’s of houd gesprekken met cliënten. Regelmatig komt het voor dat er uit kostenoverwegingen ‘s nachts niet veel personeel is. GTSzorg pleit voor minimaal twee medewerkers in de nacht om onverantwoorde nachtdiensten te voorkomen. Is er toch niemand om mee te praten, zet dan de radio aan.