In het begin van de crisis heb ik me niet altijd veilig gevoeld

Op 21 maart werd ik ziek. Ik was bij een cliënt geweest. Deze dementerende man hoestte me tijdens het wassen plotseling recht in mijn gezicht. Hij had echter nog geen ziekteverschijnselen, dus ik droeg geen bescherming. Dit veranderde ik meteen, maar twee dagen later was ik doodziek.

Eerst maar een paracetamol

Ik heb 11 dagen koorts gehad. En heb zelfs een paar keer de huisartsenpost gebeld. Dan ging ik naar bed, maar bovenaan de trap kon ik niet meer verder. Uiteindelijk ben ik naar bed gekropen. De benauwdheid bleef meer dan een half uur. Toch kwam de huisarts niet. Ik moest eerst maar een paracetamol nemen. Ze hadden het denk ik ook gigantisch druk. De cliënt die in mijn gezicht hoestte is trouwens zelf vier dagen later helaas overleden.

Ik vertrouwde mijn lichaam niet

Ook na de koorts heb ik nog nachten last gehad van nachtzweten. In april heb ik daarom voor de zekerheid weer een test gedaan. Ik vertrouwde mijn lichaam niet, was bang om anderen te besmetten. Bij cliënten die niet verdacht of besmet waren, droegen wij als personeel destijds namelijk geen mondkapjes. Die waren er vaak niet genoeg, er was veel onduidelijkheid. Ik heb me in het begin van de crisis dan ook niet altijd veilig gevoeld tijdens mijn werk.

Mijn longen bleken niet schoon

Omdat de test negatief was, ging ik vanaf mei weer werken. Op therapeutische basis, en het ging soms wel, soms niet. Ik had vaak totaal geen puf en kon amper 200 meter lopen, zelfs nadat ik 24 uur koortsvrij was. Terwijl ik heel sportief ben. Normaal gesproken fiets ik twee tot drie keer in de week zo’n 90 kilometer. In mei ben ik daarom teruggegaan naar de huisarts. Mijn longen bleken niet schoon. Dus startte ik met fysiotherapie, waar al gericht met coronacliënten gewerkt werd. Door hen werd ik doorgestuurd naar de ergotherapeut, die mij hielp mijn energie goed over een dag te verdelen. In juni waren mijn longen helaas nog niet schoon. Ik kreeg een verwijzing naar het ziekenhuis. Daarna ben ik onder begeleiding van een sportarts aan mijn conditie gaan werken. Eind augustus kon ik weer 20 uur werken zonder klachten. Sinds januari ben ik pas weer helemaal hersteld. Ik kan nu na het werk weer op de fiets stappen.

Die zorgbonus was mooi meegenomen

Gelukkig heb ik geen financiële schade geleden. Alleen de kosten voor de fysiotherapie waren voor eigen rekening. Vanuit de overheid kreeg ik een zorgbonus. Dat was mooi meegenomen. Maar er zijn zo veel meer bedrijven die dat nu ook verdienen! Bovendien is de aandacht heel erg gericht op ziekenhuizen. Daar is de situatie inderdaad erg, maar onderschat niet hoe het in verzorgingstehuizen en de thuiszorg is. Want hoe goed zijn de ventilaties in die gebouwen nu eigenlijk?

Het is allemaal veel afstandelijker geworden

Er is veel veranderd in de zorg het afgelopen jaar. Ik heb weinig contact met collega’s. Vergaderingen zijn allemaal online. Op die manier kun je toch minder goed je frustraties uiten. Het is wat afstandelijker allemaal. Ook wil de overheid meer verpleegkundigen. Maar onderschat de MBO’ers niet. Laat hen ook meer meedenken en -praten. Zij zijn waardevol voor de zorg. En wat minder administratieve rompslomp zou ook verbetering brengen.

– Helma van Nooijen, verzorgende 3IG –